Deze natuurlijke attractie werd in 1840 geopend met een schilderachtig pad dat bezoekers langs talloze trappen langs de kloof en over verschillende bruggen over de watervallen leidt. Naast de kloosterruïnes zijn de watervallen de belangrijkste attractie van Allerheiligen en een populaire bestemming voor natuurliefhebbers, vooral in de zomer.
De watervallen, die deel uitmaken van het bosgebied, bleven enige tijd ontoegankelijk na de opheffing van het klooster. De kloof werd in 1840 opengesteld dankzij de inspanningen van boswachter Eichrodt, hoofd van de boswachterij Achern, en boswachter Mittenmaier, die in 1838 naar Allerheiligen was gekomen.
Er werd een twee meter breed pad aangelegd, waarbij de rotsvallen bij de zeven watervallen met ladders overwonnen moesten worden. Dit was natuurlijk erg avontuurlijk voor wandelaars en toeristen, maar ook erg gevaarlijk. Nadat de ontwikkeling en beklimming met ladders bekend werd, kreeg ook de groothertogelijke hofkamer in Karlsruhe belangstelling. In 1842 stelde ze in totaal 100 gulden beschikbaar om een breder en veiliger pad voor het grote publiek te creëren. Trappen vervingen de ladders en gevaarlijke gebieden werden beveiligd met leuningen.