Het centrale motief van Hadids ontwerp is echter de doorgang. Paden leiden langs, over en door het paviljoen, soms via hellingen, trappen en bruggen. De vloeiende vorm van het gebouw vangt de bewegingen van zijn bezoekers op en kanaliseert ze op een bijna onmerkbare manier. Een pad definieert ook de binnenstructuur van het paviljoen, met sanitaire en technische ruimtes die verborgen liggen in de wortels. Dit pad, dat wordt benadrukt door een trottoir van vloeiend asfalt dat wordt onderbroken door lichtbanden en een reeks betonnen steunen, verdeelt het centrale, lichtdoorstroomde interieur op een zeer informele manier in twee gebieden.
Met het paviljoen, het tweede gebouw dat ze in Weil am Rhein ontwierp, is Zaha Hadid erin geslaagd een gebouw te creëren dat even gedenkwaardig als eigenzinnig is, dat past bij de locatie en de taak en dat tot ver buiten de regio opzien baart.